Jij en je maat tegen twee computerspelers. Kies zelf of je Rotterdams of Amsterdams speelt, en probeer over zestien boompjes de meeste punten te pakken. Roem, stuk, pit en nat gaan doen gewoon mee.
| # | Troef | Wij | Zij |
|---|---|---|---|
| Nog geen boompje gespeeld. | |||
| Slagen wij / zij | 0 / 0 | |
| Punten wij | 0 | |
| Punten zij | 0 | |
| Roem wij / zij | 0 / 0 | |
| Kaart | Troef | Anders |
|---|---|---|
| Boer | 20 | 2 |
| Negen | 14 | 0 |
| Aas | 11 | 11 |
| Tien | 10 | 10 |
| Heer | 4 | 4 |
| Vrouw | 3 | 3 |
| Acht / zeven | 0 | 0 |
Samen 152 punten, plus 10 voor de laatste slag. Er gaan dus 162 punten om, nog zonder roem.
Roem wordt per slag geteld uit de vier kaarten die op tafel liggen, en gaat naar de winnaar van die slag.
| Drie op volgorde, zelfde kleur | 20 |
| Vier op volgorde, zelfde kleur | 50 |
| Stuk (heer + vrouw van troef) | 20 |
| Vier dezelfde (A, H, V, 10 of 9) | 100 |
| Vier boeren | 200 |
Voor een reeks telt de gewone volgorde 7-8-9-10-B-V-H-A, dus niet de troefvolgorde. Stuk stapelt: heer, vrouw en boer van troef in dezelfde slag is 40.
Kun je niet bekennen, dan moet je altijd troeven, ook als je eigen maat de slag op dat moment wint. Ligt er al troef, dan moet je overtroeven als je kunt.
Kun je niet bekennen, dan hoef je alleen te troeven als de tegenstander de slag wint. Staat je maat er goed op, dan mag je afgooien wat je wilt.
Bekennen is verplicht. Op troef uitgespeeld moet je hoger troeven als je dat kunt. Kun je niet overtroeven, dan mag je zelf kiezen wat je speelt. De kaarten die je niet mag spelen zijn hier grijs.
Het verschil zit in wat je moet doen als je een kleur niet meer hebt. Je kunt later altijd een nieuw potje in de andere variant beginnen.
Kies een kleur. Jij en Noord zijn dan de spelende partij en moeten meer punten halen dan West en Oost.
| Wij | Zij | |
|---|---|---|
| Slagen | 0 | 0 |
| Kaartpunten | 0 | 0 |
| Roem | 0 | 0 |
| Pit | - | - |
| Dit boompje | 0 | 0 |
De korte versie, precies zoals dit spel het rekent.
Bekennen is verplicht. Wordt er troef uitgespeeld, dan moet je hoger troeven zolang je dat kunt. Kun je niet bekennen: in Rotterdams moet je altijd (over)troeven, in Amsterdams alleen als de tegenstander de slag wint. Kun je niet overtroeven, dan mag je vrij kiezen. Ondertroeven mag, moet niet.
152 kaartpunten plus 10 voor de laatste slag. De spelende partij moet meer halen dan de tegenpartij, anders is ze nat en krijgt de tegenpartij 162 plus alle roem van allebei de partijen. Alle acht de slagen is pit: 100 erbij.
Per slag: drie op volgorde 20, vier op volgorde 50, stuk 20, vier dezelfde 100 en vier boeren 200. Roem gaat naar de winnaar van de slag.